Russian
jullie dragen rond jullie voor jullie
[close]
вЫ нОсите вАс пЕред вАми
wij vlogen naar jou
[close]
мЫ летЕли к тебЕ
hij reed met huis
[close]
Он Ехал с дОмом
jij rijdt naar haar
[close]
тЫ Едешь к нЕй
zij bracht rond jullie naar huis
[close]
онА водИла вАс к дОму